Clarinus Nauta

Welkom

Cursus Gesteenten

Gesteentenwand

Gesteentenkoffer Leskist stenen.

Contact

Lage CE Cijfers Aardrijkskunde

Dossier Lage CE Cijfers Aardrijkskunde

Lees hieronder de correspondentie. Gesorteerd van -nieuwste- naar -oudste-
Klik op een brief om de inhoud te lezen en eventueel het orgineel te lezen.

     
23 - 3 - 2018 Blog Telegraaf over lage CE cijfers Sluiten
     
14 - 3 - 2018 blog over CE cijfers Sluiten
     
18 - 1 - 2018 Brief aan dhr. Slob Minister van Onderwijs. Sluiten
     
6 - 1 - 2017 Hoe gaan we verder Sluiten
7 - 11 - 2016 Antwoord op brief van 14 juli 2016 Sluiten


> Aan De heer C. Nauta
p/a CSG Reggesteyn
Noetselerbergweg 20
7441SK Nijverdal.

Bureau van het CvTE
Muntstraat 7
3512 ET Utrecht
Postbus 315
3500 AH Utrecht
Nederland
www.hetcvte.nl

Contactpersoon M. Hielkema. Clustermanager maatschappijgerichte vakken havo/vwo
030 28 40 700m.hielkema @hetcvte.nl

Datum 7 november 2016
Uw mail van 14 juli jl.

Geachte heer Nauta,
Enige tijd geleden heeft u aan het CvTE een indringende vraag gesteld in verband met de normering van de examens aardrijkskunde havo en vwo en de gevolgen die deze heeft voor de keuze van het vak aardrijkskunde in de Tweede Fase van havo en vwo. Omdat wij de bezorgdheid die uit uw schrijven bleek heel serieus nemen, hebben wij voor het technisch normeringsverhaal even goed de tijd genomen.
Uw vraag waarom aardrijkskunde op het CE zowel op de HAVO als op het VWO gemiddeld zo laag scoort is daarom als volgt geformuleerd:
Waarom blijven de resultaten op het CE aardrijkskunde bij havo en vwo achter bii het gemiddelde resultaat op andere vakken?
De verklaring heeft te maken met de volgende drie factoren:
1. Het CvTE heeft als opdracht om van jaar tot jaar vergelijkbare prestatie eisen aan kandidaten te stellen;
2. CvTE heeft dat uitgangspunt geconcretiseerd door bij de normering er op te sturen dat m.n. de prestatie die geleverd moet worden om voor een 5,5 in aanmerking te komen over jaren heen gelijk moet zijn;
3. Bij sommige examens is het verschil in score tussen vaardige en minder vaardige kandidaten groter dan bij andere examens (verschil in spreiding over hogere en lagere scores).
Ik zal u proberen uit te leggen dat met name deze laatste twee factoren voor het gemiddeld cijfer van aardrijkskunde ongunstig uitpakken. Met een percentage onvoldoende van 16%o bij vwo en23o/o bij havo (in 2016) doet aardrijkskunde het in dat opzicht zeker niet slechter dan gemiddeld.
luist omdat de aardrijkskunde-examens een lagere spreiding laten zien en er bij de normering primair op de cesuur gestuurd wordt, komt het gemiddeld cijfer voor aardrijkskunde lager dan gemiddeld uit.
Uitleg:
Stel dat een groep examenkandidaten twee aardrijkskunde-examens heeft afgelegd: een examen dat goed spreidt en een examen dat minder goed onderscheid tussen de kandidaten weet aan te brengen.
Stel ook dat beide examens dezelfde maximale score hebben en dat de gemiddelde score op beide examens gelijk is.

Stel dat op het eerste examen een prestatie-eis is vastgesteld waarbij 20 o/o van de kandidaten een onvoldoende had.
CvTE stelt dan voor het tweede examen een N-term vast waarbij ook ongeveer 2O o/o van die groep kandidaten een cijfer < 5,5 krijgt.
Het gaat hier immers om dezelfde groep kandidaten en het zou raar zijn als het ene examen aanwijst dat 2O o/o onvoldoende heeft en het andere examen dat bijvoorbeeld 30 o/o een onvoldoende heeft.
Stel dat dit tweede examen minder goed spreidt dan het eerste examen dan zal het gemiddelde cijfer op dit tweede examen lager zijn.
Ik hoop dat onderstaande figuur goed duidelijk maakt dat de score die met het cijfer 5,5 correspondeert (p2O = de score waarbij 20 o/o van de kandidaten een onvoldoende heeft)op het slecht spreidende examen (de blauwe kromme)hoger ligt dan op het goed spreidende examen.
Figuur heb ik niet kunnen invoegen. Nauta. Mail mij voor pdf van de brief.
Zoals gezegd hebben beide examens dezelfde schaallengte. De blauwe p2O zal derhalve met een lagere N-term corresponderen dan de rode p20.
Voor de cesuurscore (Cs) geldt: 5,5 = g x Cs/L +N. Hoe hoger de cesuurscore hoe lager N zal zijn.
Stel dat de rode p20 met een N-term van 1,0 correspondeert en de blauwe met een N-term van 0,8 dan zal op deze examens het verschil in gemiddeld cijfer ongeveer 0,2 cijferpunt zijn.
Het gemiddelde cijfer is niet hetgeen waar CvTE op stuurt bij de normering. Het is een gevolg van de werkwijze bij normering in combinatie met de eigenschappen van het examen. Het is geenszins de bedoeling en beleid van CvTE om vakken ten opzichte van elkaar in een meer- of minderwaardige positie te plaatsen. Een matige spreiding komt bij meer vakken voor. Dit doet overigens niets af aan de kwaliteit van het examen.

Tot zover het zeer technische verhaal.
U spreekt het vermoeden uit dat de N-term bij de examens aardrijkskunde een rechtstreeks effect hebben op de keuze van examenkandidaten voor dit vak. Ik kan geen onderzoeksgegevens vinden die dit bevestigen. ln 2O4 is wel een onderzoekje gedaan onder een aantal scholen (19 havo-scholen en 23 vwo scholen) naar het percentage examenkandidaten dat deelnam aan het examen aardrijkskunde. Het is geen representatieve steekproef en het mag zeker niet de naam wetenschappelijk hebben. Toch geef ik u graag de indruk die er uit ontstond: de resultaten liepen enorm uiteen. Voor de havo varieerde dit van 23,9 o/o tot 65,3 o/o . Voor vwo van 5,O o/o tot 58,1 o/o! Het is de vraag hoe deze verschillen te verklaren zijn. Persoonlijk denk ik niet dat de N-term of de kwaliteit van de vaksectie er iets mee te maken hebben, maar dat het te maken heeft met de positie van het vak aardrijkskunde: Aardrijkskunde is een profielkeuzevak in de profielen Cultuur en Maatschappij, Economie en Maatschappij en Natuur en Gezondheid en kan gekozen worden in de vrije ruimte. Het vak moet concurreren met andere keuzevakken zoals maatschappijwetenschappen, filosofie, enz. Ook is het mogelijk dat sommige scholen bij voorbaat bepaalde vakkencombinaties niet toestaan, om een behoorlijk rooster te kunnen maken. Ik kan me voorstellen dat aardrijkskunde dan vaak in dat soort combinaties voorkomt. Zo was dat tenminste op de school waar ik lesgaf.
Met als deze informatie kan ik u toch waarschijnlijk niet echt blij maken. Maar mochten er nog vragen zijn, die ik misschien kan beantwoorden, dan kunt u mij via onderstaand adres ook rechtstreeks mailen of bellen.
Met vriendelijke groet,
Margriet Hielkema clustermanager maatschappijgerichte vakken havo/vwo.


     
14 - 7 - 2016 Geacht college voor toetsing en examens Sluiten

Clarinus Nauta 2016 | Script & Design by Martin Nauta